BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE OEBELE EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

1974 De Tijd - Harry Geelen: "Kinderen kijken om wat ze voelen"

Vrijdag 15 maart 1974

De geestelijke vader van Hamelen 

Susanne Piët

De Tijd 15 maart 1974Gemiddeld drieëneenhalf miljoen mensen van boven de twaalf jaar kijken naar het KRO-programma voor de jeugd Kunt u mij de weg naar Hameien vertellen, meneer. Dit zeggen de cijfers van de dienst kijk- en luisteronderzoek van de NOS. In werkelijkheid kijken nog méér mensen, namelijk die van onder da twaalf jaar, naar de avonturen van de kinderen van Hamelen: Aernout, Hildebrand, Mens Bierenbroodspot en prinses Lidwientje in de sprookjeswereld van nixen, prinsen, heksen, dwergen en andere merkwaardige niet-mensen.

De bizarre sprookjeswereld van de 35-jarige auteur Harry Geelen. Ook zijn weg naar Hameien was grillig. Hij kwam uit Zuid-Limburg naar Amsterdam om Nederlands te studeren. Was de eerste katholiek sinds vijftig jaar die zich voegde bij het Amsterdamse studentencorps. Trad in die tijd op met het Amsterdams Studentencabaret - iedere zaterdagavond met dertig voor een deel steeds nieuwe liedjes in de Kantien. - Hij schreef teksten voor de Rob de Nijs-show van de VARA-televisie twaalf jaar geleden. "Maar je leerde er wel liedjes schrijven." Met Oebele - van hupsakee - trok hij zeer veel kinderen maar met Hamelen boeit hij meer mensen dan een amusementsprogramma gemiddeld doet.

Naast de enorme vindingrijkheid en fantasie die Hamelen steeds weer zo spannend maken beschikt Harry Geelen over een uitgebreid assortiment talenten die hij bij de technische verwezenlijking van de serie gebruikt. Vanwege zijn ervaring met optreden kan hij zich tijdens het schrijven zo verplaatsen in de figuren uit de serie, dat het schrijven, naar hij zelf vertelt, soms meer stenograferen wordt. Tot de tijd dat hij van Joop Stokkermans de muziek krijgt, schrijft hij de teksten voor liedjes op een door hemzelf bedachte wijs om van het papapompapapom-ritme af te zijn. Bij Toonder is Harry Geelen tekenfilmer, regisseur en creatief man. Hij tekende onder meer de tv-spotjes van Jamin en maakte de radiojingle voor Jonker Fris. Geelen heeft besef van regieproblemen. Hij ontwerpt bovendien vaak de kostuums en decors voor de Hamelen-serie.

Wat vrijwel onmiddellijk opvalt in het huis, waar Harry Geelen met zijn vrouw, hun zoon van tien en hun tweeling van vijf woont, is de bizar oranje en groen beschilderde kleurentelevisie. "Ik houd niet van die witte moderne dingen", zegt Harry met afschuw. "En het groen is werkelijk erg mooi als er een voetbalwedstrijd is. Dat contrast van die twee kleuren groen."

Vanwege de vorige aflevering van Hamelen, die zich afspeelde in het land Links, aan de andere kant van de spiegel, waar koning Mink regeert, komen we op de logica in de serie. "Je moet wel een beetje logisch blijven", vindt Harry Geelen. "De consequenties van die logica maken het idee aardig. Een serie is voor een deel al goed als het logisch is. Wat Links betreft: daar had het eigenlijk beter doorgevoerd moeten zijn. Alle figuren hadden plotseling hun scheidingen links moeten hebben. Nu zeggen ze alleen: hee, mijn ring zit aan mijn andere hand. Dat is niet consequent, want als het helemaal was doorgevoerd, zaten de hersens ook links en was er niets aan de hand. Als je als Einstein zou redeneren, zou je zeggen: alles is gespiegeld, dus niets verandert."

Mystiek
Hij houdt van het uitdenken van dit soort dingen. Van magie en mystiek, zoals die ook In sprookjes spelen. "Ik gebruik vaak de getallen drie en zeven. ER zijn wezens, die niet verder kunnen tellen dan zeven. Er is ook een elf, die helemaal niet kan tellen, maar het graag wil leren. Toen de kinderen in de eerste aflevering opgesloten zaten, werden ze geconfronteerd met drie deuren: op de rechterdeur stond links, op de middelste deur stond rechts. Dat is magisch en prikkelend, vind ik."

"De figuren uit de serie zijn geen poppenkast-figuren, die alleen maar denken aan eten of aan het feit, dat ze burgemeester en dus gewichtig zijn. Het zijn heksen, die een prins willen hebben, omdat ze dan jong en mooi worden. Daar hebben ze alles voor over. Gruizel Gruis is aardig en rot tegelijk. De rotte streken heeft hij uitgehaald omdat Guurt Grasp (van hem weet je niets, zelfs zijn beweegredenen niet) hem jaloers maakte. Zijn jaloezie en zijn wantrouwen tegen de maatschappij worden misbruikt. Gruizel is eigenlijk zielig, een underdog: hij is te groot voor dwerg en te klein voor mens. Dat zeggen ze ook tegen hem. "Ik ben wél klein", roept hij dan. Die figuren zijn voor mij erg belangrijk. Maar ze zijn moeilijk om te spelen, omdat het geen mensen zijn. Daarom vragen we altijd eersteplansacteurs. Dat is geen snobisme, dat is nodig."

“Schrijven? Daar heb ik eigenlijk niet zoveel moeite mee. Ik kom vaak grijs van moeheid thuis 's avonds, maar dan omstreeks tien uur knap ik weer op en ga ik schrijven. Ik ben gelukkig niet zo, dat ik moeite heb met concentratie. Ze kunnen me midden in V en D zetten, desnoods naast de centrale kassa en dan schrijf ik nog. Ik heb eerst tien dagen, dat ik denk: "Ik moet het wél gaan schrijven." Maar meestal komt het er toch van pas de laatste vier dagen voor het af moet zijn. Dan heb ik de pressie. In de tijd ervoor heb ik toch alle kansen gewogen. Niet de scènes, maar wel de figuren. Hoe ze praten bij voorbeeld. Dat is lastig hoor. De laatste tijd vooral heb ik steeds wezens die geen normaal Nederlands praten. Ze hebben allemaal hun eigen woordkeus, hun eigen grammatica. Nix Assia is bijvoorbeeld heel lastig. Ze zegt nooit "ik" of "mij". Ze zegt "Asia is moe". En: "Je tong slaat dubbel", als je ze niet begrijpt."

Harry vertelt, dat een Nix een Germaans woord is voor zwarte vrouwelijke wezens, die mannen het water inlokten. Nix Assia zou ook zwart moeten zijn, maar dat is ze niet, omdat ze van een waternix en een luchtgeest afstamt. "Ik vind het creatiever iets te schrijven waarvan nog iets te interpreteren is. Verhalen die niet af zijn. Je weet niet veel van Gruizel of van Guurt. Koning Mink, daarvan werd de laatste keer gezegd, dat hij naar een bal was van een prins. Dit opent voor mij mogelijkheden. Ik kom daar een keer en dan is hij daar. Maar ik weet zelf nog niet wat hij er doet. Ik wacht wel af. Kinderen, die goed kijken, zullen dat ook hebben. Volwassenen niet. Maar kinderen vragen heel nauwkeurig later nog in brieven van: hoe kon dat?"

Snoep
"Politiek engagement voor kinderen: daarvan ben ik niet overtuigd, om ze dat bij te brengen. Bovendien vind ik dat het iets tijdelijks is. Als ik nu zeg: die partij is het, is dat over twintig jaar niet meer zo. Je kunt kinderen wel kritisch maken. Meer engagement. Andere programma's gaan eraan onderdoor soms. Waaldrecht bijvoorbeeld. Het uitgangspunt is verkeerd. Je kunt niet zeggen: we gaan nu alle problemen aanpakken in een verhaalvorm. Je kunt hoogstens in een verhaal een probleem stoppen." Andere klnderporgramma's: "Dat is meestal snoep. Motormuis en Felix de Kat, dat is snoep. Normaal hebben kinderprogramma's nog steeds het ritme van Lien Dreese alsof er nooit een popgeschiedenis ontstond en alsof er nooit De nacht op de kale berg is geweest." Harry Geelen zet de grammofoonplaat van Hamelen op. Bij het lied Morpuys. Het is een sfeer van heimwee. Een beetje defaitistisch ook. "Niemand houdt het toeval tegen." Door de boxen klinkt de zin: "Daar vliegt een vogel blindelings. En vindt zijn nest in vrije val."

"Kinderen begrijpen het vaak niet helemaal. Maar ze voelen wel sferen en spanningen. Er gebeurt veel in een aflevering. Er is altijd veel consternatie en paniektoestanden. Ze voelen bepaalde dreiging in scènes. Om het voelen kijken ze. Niet omdat ze het begrijpen. Een kind kijkt, geloof ik, nooit naar iets wat het begrijpt, maar naar iets wat het méént te begrijpen. Het moet het gevoel hebben dat het tot hem is gericht en dat hij mee kan denken. Dat is voor mij een kinderprogramma. Ten slotte word je geboren zonder iets te begrijpen. Waar een kind vooral routine in heeft, is in het luisteren naar gesprekken die het niet begrijpt, want dat doet hij iedere avond aan de eettafel. De meest afschuwelijke problemen worden aan tafel door ouders behandeld. Hele ongelukkige huwelijken gaan langs de oren van die kinderen en toch gaan ze vrolijk naar school. ledere volwassene zou er aan kapot gaan. En dan denk ik: Die kinderen zitten ook naar mijn programma te kijken. Die zijn gewend niets te snappen en toch te leven en hun conclusies te trekken."

Snobisme
Ouderen? Daarvan weet ik dat vrouwen de serie meer waarderen dan mannen. Dat vind ik wel begrijpelijk. Ik zie een man die 's zondags naar Feyenoord wil gaan niet ’s avonds naar een sprookjesprogramma kijken. Maar wel tandartsen en internisten. Die kijken wel. Dat is ook het soort dat ln de ban van de Ring leest. Sommige mensen kijken volgens mij uit snoboverwegingen naar iets wat magisch is. Een klein groepje want een veel grotere groep kijkt er uit snobistische overwegingen natuurlijk niet naar. Die zeggen: "Het is toch allemaal shit wat ze in Holland maken."

Via tekeningen, die Harry Geelen met een Hemaverfdoosje aan het strand maakte en een stripboek van Little Nemo in Slumberland - beide worden met aandacht getoond, - komen we op het katholicisme en de mogelijke voedingsbodem voor gevoel voor mystiek. En de oorsprong van Harry Geelen: Limburg.

"Zuid Limburg", zegt hij, "want alles boven Sittard vonden we maar boven-de-Moerdijk. Ik houd van de Limburgse landschappen. Daarvan zit veel in de serie, denk ik. Heuvels en dingen die verborgen liggen achter andere dingen. En dan zat je in het gras, we hadden twee groene glazen kikkers die met kerstmis altijd aan de boom hingen, en daar speelde je mee. Alles werd heel klein, jezelf ook. Zo klein, dat het gras bomen werd. Hele scènes maakte je zo. Later maakte ik kaarten van vreemde landen die niet bestonden. Met lijsten van middelen van bestaan. Terwijl ik altijd een hekel heb gehad aan aardrijkskunde."
 


© De Tijd

Reageer en deel Hamelen met anderen

Plaats reactie