BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE OEBELE EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

1976 Limburgs Dagblad - Veerlenaar Harry Geelen (“Q en Q” en “Hamelen”): “Ik gebruik geen jeugdboekentaal”

Zaterdag 25 januari 1976

Van onze showpaginaredactie

Limburgs Dagblad 25 januari 1976Harry Geelen, afkomstig uit Heerlen, is de schrijver van veel populaire tv-series voor de jeugd, zoals “Q en Q”, “Kunt u me de weg naar Hamelen vertellen, meneer” en (vroeger) “Oebele”. Wij zochten hem op in zijn woning in Hilversum waar hij graag nog wel eens wil terugdenken aan zijn jeugdjaren in Limburg.

“Op een morgen zit ik in de bus naar Nederhorst den Berg, waar de opnamen voor de tv-serie Q en Q plaatsvinden die dag. Er zitten op de achterste bank allerlei jongetjes die elkaar mededelingen doen over de aflevering die ze net gezien hebben. “Ik weet wie het gedaan heeft. Ze hebben 'm nou mooi te pakken. Het is die-en-die! Je zult het zien!” Enzovoort. Blijkt dat ze er een heel ander verhaal van gemaakt hadden dan ik ooit bedoeld had.”

Aan het woord is Harry Geelen, afkomstig uit Heerlen, maker van de succesvolle kinderseries Oebele, Kunt mij de weg naar Hameien vertellen en Q en Q. Als Hamelen dit jaar beëindigd wordt, zullen er 45 delen van uitgezonden zijn. En Q en Q is net aan de tweede jaargang begonnen. “Ik vind het wel jammer als een serie afgelopen is”, zegt Harry Geelen. “Toen Oebele ophield, vond ik het ook al. Je leeft helemaal met de personages. Het is zelfs zo erg, dat ik Tor zeg tegen Wil van Selst als ik hem tegenkom en Martin Arnout noem. Ik ga tegen Emmy geen majesteit zeggen, natuurlijk. Zover gaat het nou ook weer niet. Maar bij Loeki Knol heb ik wel degelijk de neiging om haar Lidwientje te noemen.” Het gaat er mij om een verhaal te schrijven voor kinderen dat zij volledig begrijpen, waarmee zij zich kunnen identificeren. Er moet iets zijn dat ze kunnen navoelen, zodat ze in staat gesteld worden hun eigen interpretaties te geven."
“Ik laat meestal veel gebeuren. Kinderen hebben ook een heel andere logica dan volwassenen. Ze kunnen dingen eng vinden die in onze ogen helemaal niet eng zijn. Van de andere kant zijn ze veel harder dan grote mensen. Ze kunnen hele erge dingen verdragen, omdat ze nog niet weten hoe erg het is.” “Ik schrijf wel op hun niveau. Dat heeft niets met taalgebruik te maken. Ik gebruik geen jeugdboekentaal. Ik laat de personen praten zoals ik dat wil. Volwassenen hebben daar soms zeer vooringenomen meningen over. Ze horen dan dat een koning niet zo spreekt als zij verwachten, of ze vinden iets niet geschikt voor kinderen. Daar hebben ze dan geen enkel bewijs voor. Dat vragen ze ook niet aan de kinderen.”

Samen met zijn vrouw, de schrijfster Imme Dros, en hun drie kinderen bewoont Harry Geelen een huis in het centrum van Hilversum, dat wel geschapen lijkt voor de hoofdfiguren uit zijn tv-films: hoektorentjes met veel rood-witte luiken, in het met hout afgewerkte interieur onverwachte hoeken en gangetjes. Aan de wanden “naïef” kleurrijk werk van de schrijver zelve. Het huis heeft een brede oprijlaan en een garage voor drie auto's. Daar staan nu de vijf fietsen van het gezin in. Want een rijbewijs zul je niet aantreffen in Huize Geelen.
“De meeste mensen die over kinderprogramma's praten, beseffen niet dat ze een heleboel verschillende dingen onder één noemer plaatsen, die niet bij elkaar horen”, zegt Harry. “Dat is hetzelfde als wanneer je alle genres voor volwassenen op een hoop zou gooien. Daar heerst een enorm misverstand over. Er is geen scheiding tussen programma's voor de jeugd en voor ouderen. Het een gaat geleidelijk over in het andere.”
“Voor kinderprogramma's zou je een zelfde staf medewerkers moeten hebben als voor volwassenen Ook een Koos Postema, een Ad Langebent en een Fred Emmer. Er zou ook een dramatische afdeling moeten komen voor kinderen.”
“Paul Biegel deed zoiets vroeger in het dagblad De Tijd. Dan vatte hij samen voor de kinderen wat er op de andere pagina's aan de orde was geweest. Toen het afliep, kwamen er veel verzoeken van volwassenen om ermee door te gaan. Ze hadden nu eindelijk begrepen wat er in de krant stond.” “Het enige wat er op de televisie te beleven valt op dat gebied, is nu Sesam Straat. Maar je moet gewoon Achter het Nieuws hebben. Dat zou best interessant zijn te maken. Koos Postema is meteen geschikt. Hilterman zou ook een uitstekende oom zijn. Wim Neijman en Bert Garthoff mag je ook niet vergeten. Maar dat wordt gewoon niet gedaan.”

“Eigenlijk zou je 's middags van vier tot zes of tot acht voor de kinderen uit moeten zenden. Hoe later het uur hoe volwassener. Kinderen krijgen nu alleen de entertaining voorgeschoteld. Maar de televisie zou ook best een deel van de taak van de scholen over kunnen nemen. Voor de jeugd zou hetzelfde budget beschikbaar moeten zijn als voor de ouderen.”
“Het is allemaal zo logisch als wat. Kinderen zijn het publiek van morgen Als je ze nu al niet ontwikkelt, moet je straks ook geen ander publiek verwachten. Het is ook zo raar dat de honoraria bij jeugdprogramma's lager liggen. Toen ik naar de avond verhuisde, kreeg ik meteen meer geld. Beneden de zeven uur is het goedkoper.” Harry Geelen spuit zijn ideeën in met veel zachte g's doorspekte zinnen. Want hij komt oorspronkelijk uit Limburg, waar hij een roomse opvoeding genoot. “Heel ruim”, zegt hij er zelf van. “Wij zaten bij de Franciscaner paters in Heerlen op school, die met ons voetbalden in hun bruine pijen.”
Hij bracht zijn gymnasium A-diploma mee naar Amsterdam, waar hij enkele jaren Nederlands studeerde. Naar aanleiding van het lustrum van het Studenten Corps werd het Amsterdams Studentencabaret opgericht. En Harry, die alleen het cabaret van Jaap van der Merwe kende, waar hij 80 keer was gaan kijken in ruil waarvoor Jaap een liedje van hem kocht, zette een heel programma in elkaar. Drie jaar is de groep blijven optreden met 30 chansons.

 


© Limburgs Dagblad

Reageer en deel Hamelen met anderen

 

Contact

Via e-mail