BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE OEBELE EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

2018 De Volkskrant - De taaltovenaar vertelt

Zaterdag 21 april 2018

door Jean-Pierre Geelen

De Volkskrant 21 april 2018

Harrie Geelen wekt zijn tv-serie Hamelen weer tot leven in een meesterlijk boek, waarin hij de vrijheid van pen en papier ten volle benut.

Zoete jeugdherinnering voor menigeen van rond de 50: zaterdagmiddagtelevisie. Oebele met Willem Nijholt en Wieteke van Dort, nog in zwart-wit. De serie, met een hoofdrol voor de dorpsjeugd van het imaginaire graafschap Oebele aan de Oe, gold als hét voorbeeld van 'zinnige' en toch vermakelijke jeugdtelevisie. Het was succesvol vanaf de eerste aflevering. Na 4 seizoenen en 27 afleveringen stopte de KRO in mei 1971, op het hoogtepunt.

Het titellied staat in het geheugen van een hele generatie gegrift:

Welkom in Oebele
Oebele parompompom
Snel, kom naar Oebele
Vraag niet waarom, maar kom!

De schrijver, Harrie Geelen (geen familie, JPG), werd gevraagd binnen enkele weken een nieuwe jeugdserie te maken. Dat werd Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer? Het was gebaseerd op het klassieke (Duitse) sprookje De rattenvanger van Hamelen, waarin kinderen werden weggelokt naar een onbekende wereld vol tovenaars, trollen en andere fantasiefiguren. Alles kon, dat was het mooie, en het nieuwe. De serie, met onder anderen Rob de Nijs en Martin Brozius (van de latere spelshow Ren je rot), werd zo mogelijk nog succesvoller dan Oebele.
De sleutel van dat succes moet haast wel hebben gelegen bij de scenarioschrijver van beide series. Harrie Geelen (1939) leek voor het medium televisie geboren. Geelen zou ook nog de spannende jeugddetective Q&Q schrijven, zaterdagavond, eveneens KRO.
Toch bleek de liefde na enige jaren niet wederzijds. Het was begin jaren zeventig, en het geld voor jeugdtelevisie werd al een probleem. In een interview met Vrij Nederland klaagde hij, terugblikkend: 'Je wordt als schrijver van een kinderprogramma zo teruggeduwd in de sfeer van ulevellenfabrikant. Dat is m'n eerzucht te na.'
Tekenend voor die liefde (of voor de archivering van televisie in de eerste decennia van het bestaan) is dat van Hamelen maar 6 van de 45 afleveringen bewaard zijn gebleven. De KRO had de rest gewist. Dat er een paar jaar geleden een dvd kon verschijnen, was enkel te danken aan Harrie Geelen en hoofdrolspeler Rob de Nijs ('Bertram Bierenbroodspot'), die destijds al een heuse videorecorder bezaten en nog 11 afleveringen op band hadden liggen.
Met grotemensentelevisie kon Geelen maar weinig. Een talent ging verloren, voor televisie althans. Het multitalent Geelen (naast schrijver ook schilder en componist) vervolgde zijn weg op papier.
Dat is maar goed ook. Want aan Geelen hebben we een ontzaglijke stapel meesterlijke kinderboeken te danken, waaronder het bekroonde Herman het kind en de Dingen en De plant van Jan, alsmede een reeks prenten in boeken van onder anderen Annie M.G. Schmidt (Het beertje Pippeloentje) en Toon Tellegen.
En dan is er natuurlijk die andere onvergetelijke oorwurm van Oebele, op muziek gezet door Joop Stokkermans. De tekst van Harrie Geelen laat zich lezen als een poëtische readymade - helemaal jaren zestig:

Oebele is hupsakee
Oebele is hupfalderiere
Oebele is jippiejee
Driemaal in de rondte: olé!

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer nam in 2016 maar liefst negen liedteksten van Geelen op in zijn bloemlezing van Nederlandse poëzie uit de 20ste en 21ste eeuw, alle uit Hamelen. Daarmee eerde hij niet alleen het meesterschap van Geelen, hij verwees zo ook naar de lyrische oorsprong van de poëzie.
Deze krant besprak de bundel en sprak en passant over 'de voor velen onbekende' Geelen. Voor velen onbekend? Het lijkt voor discussie vatbaar. Vast staat dat hele generaties - bewust of niet - zijn opgegroeid met de geesteswereld van Geelen. 'Allu ballu verzamuluh!', jarenlang de leus van de Lotto, is ooit bedacht door Geelen. 'Toet toet, boing boing, Peppi en Kokki': u wist het misschien niet, maar u raadt het al.
Hoe wrang en onterecht die vermeende vergetelheid ook is, er is goed nieuws. Hamelen - in 2003 nog als musical in het theater gebracht door Albert Verlinde - wordt opnieuw tot leven gewekt, door de schepper zelf.

In het net verschenen De weg naar Voorgoed, het eerste deel van een trilogie, borduurt Geelen verder op het universum van Hamelen.
'In deze trilogie gebeurt alles wat Harrie Geelen in de tv-serie kon vergeten', luidt de typisch geeleniaanse aanbeveling op de achterflap. 'Met saaie dingen als zwaartekracht, tijd, geld en ruimte heeft hij in dit boek niet langer te maken. (...) Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer? gaat over niets, hooguit per ongeluk over alles.'
Zo kennen we de meester weer. Vragen oproepen en antwoorden suggereren. De lezer moet zelf maar zien, zich laten verrassen en meeslepen. Op papier krijgt en neemt Geelen de ruimte. In 98 hoofdstukken en 585 pagina's tovert hij een wereld vol oude bekenden tevoorschijn: van lakenkoopman Bertram Bierenbroodspot en burgemeestersdochter Lidwientje Walg tot poortwachter Aernout Koffij en Hildebrandt Brom, 'klepperman en stadsomroeper'. In dat universum wemelt het van de bedelmonsters, waternixen en luchtbuffels. Het zijn begrippen die je vanaf de eerste pagina accepteert als vanzelfsprekende entiteiten.
In sfeer en taalgebruik verdoezelt hij zijn wortels niet: zijn woorden en beelden roepen herinneringen op aan Marten Toonder, in wiens studio's Geelen jarenlang werkte. De twee zijn duidelijk zielsverwanten.
Het boek toont de oneindige vrijheid van pen en papier, mits in handen van een begaafd schrijver. Maar voor wie zich de geschiedenis van Hamelen realiseert en de afloop van Geelens persoonlijke televisieavonturen, valt er ook de verlossing in te lezen van het medium televisie, met al z'n begrenzingen, bazen en immer beperkt budget.
Wie De weg naar Voorgoed - de associatie met de vergankelijkheid zullen we maar verdringen - leest, kan zich niet voorstellen dat dit televisie zou worden. Je moet er zelfs niet aan denken. Elke verfilming zou afbreuk doen aan een passage als die over 'de bijzonder voornaam geklede heer' die een gitzwarte zwerm vogels in bijzonder hoekige formatie ziet vliegen: ''Een haakse wolk van kraaien; kijk, ze vormen eensgezind een blok', mompelde hij verrast, 'sterker nog: het lijkt mij een kamer van kraaien om iemand heen. Nu komt de vraag: wie verbergen zij in hun midden en waar gaan ze zo hardnekkig heen?''

Met geen mogelijkheid valt De weg naar Voorgoed samen te vatten. Het is haast magisch-realistisch proza met absurdistische trekjes, dat je enkel kunt ondergaan. 'Bambergen was groen, Sombrië was blond. Kamerbreed golfde want er kwamen warme opwaartse winden uit het dal. De heuveltoppen waren soms zo dichtbij dat de Hamelaars de klaprozen konden zien tussen de aren. Boeren stonden op het land en zwaaiden met hun rode mutsen. Een breedgebouwde man met twee kleine vleugels, grote hoorns en voelsprieten passeerde op een sjofele mat en praatte met Tor.'
Het zijn zulke fantasierijke figuren en situaties die - opnieuw - duidelijk maken dat Geelen de Nederlandse J.K. Rowling is, hoewel De weg naar Voorgoed misschien minder toegankelijk is voor jeugdigen dan Harry Potter. Het blijft speculeren, maar was Geelen aan gene zijde van de Noordzee geboren, dan was zijn werk de wereld overgegaan. En was hij voor niemand een onbekende geweest.
Voor velen onbekend? Hele generaties zijn - bewust of niet - opgegroeid met de wereld van Geelen.

Fictie
Harrie Geelen
De weg naar Voorgoed
****
Van Oorschot; 585 pagina’s; € 27,50.

 


© De Volkskrant/De Persgroep Nederland B.V.
Met vriendelijke dank aan Jean-Pierre Geelen en De Volkskrant voor toestemming herpublicatie.

Reageer en deel Hamelen met anderen

 

Contact

Via e-mail