BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE OEBELE EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

1974 VARA Gids - ‘Ik ben benieuwd wat ik volgende maand bedenk’

16 februari 1974

Hamelen-schrijver Harry Geelen

tekst: Wim Bloemendaal

VARA Gids 16 februari 1974Het zat die dag niet mee. Wij waren, gedachtig de wat calvinistische leidspreuk, achter op het openbaar vervoer: ‘Samen op de goede weg’, per bus naar Amsterdam gereisd. Normaal weten wij deze afstand in een uur te overbruggen, nu arriveerden wij na twee en een half uur anderhalf uur te laat op onze eerste afspraak. Wij misten na deze prompt de twee volgende, zodat het ons in het geheel niet verbaasde de kindertjes Geelen bovenaan de trap voor de deur van de ouderlijke woning te treffen met de sadistische slagzin: ‘Harry is er niet.’

Hun voorstel desondanks binnen te komen, thee te drinken en een wortel te eten, werd evenwel zo aantrekkelijk gebracht dat wij kort daarna werden beziggehouden door de tweeling. Wij mochten een japon uitkiezen die de pop aankreeg en ontvingen en passant de schaal wortels op schoot. Zo werden wij aangetroffen door Harry’s eega Imme, die met duidelijke spijt in haar stem verkondigde geen vuilniszakken te hebben kunnen bekomen. Wij weten geen ander soelaas te bieden dan een gestameld: ‘Er wordt gehamsterd.’ Op het ogenblik dat Imme per telefoon informeert of Harry de Rietveldacademie waaraan hij les geeft heeft verlaten, meldt deze zich bij de voordeur van het eigen perceel. Op de Apollolaan heeft hij iemand gesproken die voor de tweeling een cadeautje heeft meegegeven. Zij gaan er zeer actief mee aan het werk en hebben het na een half uur doen sneuvelen.

Wij beginnen ons gesprek in weinig chronologische volgorde bij Harry’s laatste successtuk ‘Hamelen’, dat jonge en oude vaderlanders tot groot enthousiasme opzweept. Is de auteur zelf in staat het succes te verklaren? Hij noemt als eerste reden de taal, het Nederlands is verstaanbaar, de kans dat de plot begrepen wordt is dus veel groter. ‘Bovendien gebeurt er ontzettend veel in Hamelen. Dat verwijt ik andere Nederlandse series, daar wordt in een bepaald sfeertje aangebreid zonder dat er een duidelijke plot is.’
Zijn eerste nationale faam dankt Geelen aan de Rob de Nijs show, een televisiemaandblad dat jaren geleden een aanzienlijke verfrissing betekende in de dompige showellende-wereld waarin het vaderlandse beeldwezen destijds reeds uitmuntte. Geelen had toen al het Amsterdams Studenten Cabaret, waarin hij met Marius Aalders, Imme Dros en Rob Starreveld optrad, achter de rug. Dat was begonnen met Dimitri Frenkel Frank en Aad Kosto: ‘Allemaal leptosomen, hè, de jongens met de lange handen, het toenmalige linkse tuig dat zich verenigd had in een studentendispuut. Ik was trouwens meer een chansonjongen. Ik had dertig liedjes, die we nonstop zongen in het Cantien, een soort mensaatje bij het Amstelveld, waar men om acht uur nog patat at, daarna klommen wij dan op een anderhalf bij één metend vloertje dat op de theek lag om ons programma te brengen. Als we een nieuw liedje hadden, ging dat er meteen in. Natuurlijk lijnrecht in strijd met elke showbiseconomie. Normaal wacht je tot je een aantal nieuwe liedjes hebt en dan kom je met een totaal nieuw programma.’

Toenmalig student Nederlands Geelen ontwierp voor Jaap van der Merwe een affiche voor diens cabaret Alle gekken kijken.
‘Ik had nog nooit cabaret gezien, maar ik mocht als dank voor het getekende aanplakbiljet elke avond voor niets naar binnen. Daar leerde je natuurlijk veel, want Van der Merwe is nog steeds een van de leidende cabaretliedjesschrijvers. Ik hield op met studeren en ben bij Geesink terechtgekomen, ze hadden daar een schrijver nodig die kon tekenen.’
Dankzij Magda Schumacher, die bij Geesink wegging om script bij de VARA te worden, belandde Geelen ook bij de VARA voor het schrijven van een musicalshow rond Rob de Nijs. ‘Ik vertaalde zonder enige vergunning leuke liedjes, volledig acommercieel natuurlijk, want die liedjes waren eigendom van iemand.’ In december stond Geelen wegens bezuiniging op straat, hij is er nog steeds een tikkeltje norsig over, te meer omdat hem als officiële reden het niet hebben van ideeën werd nagedragen: ‘Het was de helft van het seizoen en dan vind je zo gauw niets anders. Ik word nooit van mijn leven meer freelance-schrijver, want ze ontslaan altijd het eerst de mensen die ze mogen ontslaan, nou dat kost bij freelancers geen enkele moeite.’

‘Ik ben drie maanden werkloos geweest, heb poppenhuizen gemaakt voor de kinderen.’ Vervolgt het verhaal over de moeilijke periode: ‘En je hoeft ook niet te proberen een uitkering te krijgen, want tekstschrijver is geen geldig beroep. Zo’n man achter zo’n loket zei dan: “Kunt u niks anders?” Naast je stonden dan bassisten en violisten hun uitkeringen te vangen. Voor hen gold die vraag heel duidelijk niet.’ Geelen lacht.
Hij belandde uiteindelijk bij Toonder, waar men op zoek was naar een schrijver die kon tekenen of een tekenaar die kon schrijven voor het maken van storyboards waaruit zich commercials kristalliseerden. ‘Ik heb het produceren van die commercials altijd leuk gevonden, het is per slot van rekening altijd beter dan een heel jaar een vervelende serie.’

Wij proberen nogmaals achter het succes van Geelens series te komen. ‘Succes is iets anders doen dan wat je altijd doet. Je moet proberen steeds een nieuw ritme en niet een aflevering van een serie schrijven die dan gevolgd wordt door vijf andere die er in hetzelfde tempo achteraan hinken.’
Hij zit nog steeds bij Toonder, inmiddels opgeklommen tot creative director, en hij geeft les in tekenfilms op eerder genoemde Rietveldacademie. Naast Hamelen zijn er bovendien altijd wel een paar losse programma’s, bovendien werkt hij nu aan een jeugddetectiveserie, ‘Q en Q’, van dertien afleveringen. Met in de hoofdrollen een tweetal jongetjes wier achternamen met een Q aanvangen. We keren terug tot het doel van onze komst: Hamelen. Hoe is het ontstaan?
‘Er was een faciliteit voor, vijftig minuten die gevuld moesten worden en daarvoor ben ik aangetrokken. Ik heb de plot nog niet, ik weet zelf nog niet hoe ze terugkomen, dat hangt ervan af hoe lang het voortgezet wordt.’ Geelen weidt vervolgens uit over de citaten met een knipoog naar de sprookjeswereld (prins Knol als mannelijke Sneeuwwitje, heks Eenoogje als lelijke in plaats van een Schone Slaapster) en de actualiteit (het Waternixschandaal, dat relateert aan Nixons onwettige escapades).

Hij gaat nooit kijken bij opnamen, hij herinnert zich dat Ben de Jong, regisseur van de Rob de Nijs Shows, krankzinnig van hem werd: ‘Het wordt altijd heel anders dan je denkt en dan ga je je ermee bemoeien. Om Tineke Roeffen en me zelf te sparen, ga ik dus niet naar de opnamen. Omdat ik het ook nog eens drie maanden er voor geschreven heb, komt de uitzending bij mij net, patsboem, over als bij het publiek. Het kan voorkomen dat ik moet lachen, omdat ik mijn grap niet heb voelen aankomen.’
De rollen lijken de acteurs op het lijf geschreven… ‘Dat is letterlijk zo. Toen Bob de Lange ja zei, heb ik de rol voor hem geschreven, want je kunt niet zo’n heel karakter uit de lucht bedenken. Ik weet hoe ze praten (imiteert Gerard Hartkamp met tuitmondje: ‘Da’s goed, da’s heel goed, dat hebt u mooooi gedaaaan’) en hoe ze doen. Een toneelschrijfster heeft me over dat op het lijf schrijven eens aangesproken: “Als ik wist wat jij weet, dan zou het veel gemakkelijker zijn.” De acteurs vinden het ook erg prettig dat je speciaal voor hen schrijft.’
‘Tijd genoeg? Nee, ik heb veel zin om bijvoorbeeld een boek over Hamelen te schrijven, maar ik heb er geen tijd voor.’

Om Hamelen valt veel te lachen, is dat opzet?
‘Ik ben bang voor een serie vanuit grollen, dat betekent onvrijheid voor de schrijver. Je moet er ook om kunnen huilen. Je moet ook niet uitgaan van de inhoud van een grap. Van Duinhoven verzon de Jamingrappen zelf: dat is prima. Er staat een koekje met een dropje te praten is zijn uitgangspunt. Prachtig. Maar vaak gaan ze in de reclame, maar daar niet alleen, uit van de slotzin, de frappe, om daarna pas het idee te lanceren dat een koekje een dropje ontmoet. Dan krijgt het iets onnatuurlijks, iets krampachtigs.’ Deelt mee dat hij ook voor de thans aan de Duitse Brust gekoesterde Rudi Carrell heeft gearbeid, die veranderde Geelens teksten, dat kwam duidelijk onplezierig aan: ‘Ik hield niet van hem,’ zegt hij.

Wij hebben voortdurend met Geelen, de tekstschrijver, geconverseerd, maar er is ook een Geelen die tekent en schildert. Aan de huiskamerwand fraaie voorbeelden van wat naïevige schilderijen, waarop stalletjes en koopvrouwen in mooie heldere kleuren, die even sprankelend buitelen al sde niet te stuiten woordenstroom van de maker. Hij ontwierp de heksenkostuums van Hamelen, soms tekent hij ook de shots (de pasklare plaatjes voor iedere camera) in zijn script, vertelt dat hij de neiging heeft de dingen veel te moeilijk te maken, ‘omdat ik vanwege de tekenfilms in trucages denk. Ik ken bijvoorbeeld ook de toepassing van de chromakey.’ Gaat vervolgens over tot een technische verhandeling van dit televisiewondertje, dat het onder meer mogelijk maakt dat u een popgroepje in zijn geheel in miniatuur op de basdrum van datzelfde groepje thuis op de buis ziet.
‘Je kunt natuurlijk een heleboel dingen overslaan door een vakjesmentaliteit aan te gaan hangen. Je kunt je borneren als de zanger die meedeelde dat hij nergens iets over diende te weten buiten zijn zingen.’

Wij keren nog even terug naar Hamelen. ‘In principe zijn ze op zoek naar Hamelen, maar ze raken al zoekende steeds verder van huis. Ik weet vagelijk de afloop, maar eigenlijk ben ik een beetje mijn eigen publiek: ik ben benieuwd wat ik de volgende maand bedenk.’

 

In deze VARA Gids Extra als speciale verrassing een affiche van ‘Hamelen’. Maak de nietjes voorzichtig los, haal die pagina’s eruit en plak ze aan elkaar. Een mooie wandversiering en blijvend aandenken als ‘Hamelen’ eens afgelopen zal zijn!
De foto voor de affiche is gemaakt door Ronnie Hertz.

 


© VARA Gids

Reageer en deel Hamelen met anderen

Plaats reactie