BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE OEBELE EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

1975 Elsevier - Een programma om verliefd op te worden

10 mei 1975

"Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?"

tekst: Rom Boonstra

Elsevier 10 mei 1975Het Nederlandse toneel wordt gekenmerkt door saaiheid. Het televisie-toneel maakt op die regel bepaald geen uitzondering. De schuld van Calvijn ? Heeft de man, wie het orgel in de kerk al bijna te veel was, de ondergang van het land van Breughel en Jeroen Bosch op zijn geweten ? Het lijkt er op dat een fikse boerenbruiloft onze zielen geen kwaad zou doen. Gelukkig echter bestaat er heel af en toe op de tv nog zoiets als theatergenot, maar daar moet je dan wel voor naar het kinderuurtje. Daar wordt nog geacteerd op een manier, die meer spelen is, dan je lesje opzeggen. Daar vliegen de vonken er nog af. Daar hoef je achter de acteur geen jaren toneelschool en twintig streng kijkende toneelcritici te vermoeden. Daar weten ze nog waar Abraham de mosterd haalt: in Hamelen. “Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?” Nog een aantal zaterdagen om 19.20 uur op Nederland 1 en daarna weer een nieuw seizoen voor de boeg. Een programma om verliefd op te worden.

Rond 1830 stonden er op de boulevards in Parijs zo’n 100 theatertjes. Je kon er madame Saqui zien koorddansen, de olifant Kiony zien optreden in speciaal voor hem geschreven stukken, of zelfs, maar dan in een veel grotere ruimte, reconstructies van de veldslagen van Napoleon aanschouwen. In die tijd was theater, en dan vooral het theater dat dicht bij het variété stond, een populaire zaak. Vrijwel ieder land kent dat soort tradities. Engeland had zijn music-halls, Amerika zijn gigantische reizende circussen. Het was de tijd dat er nog een echte volkscultuur bestond, die kleurrijk was en levendig, sprookjesachtig en spectaculair. Het overgrote deel daarvan is verdwenen. In Engeland is hier en daar nog wel wat terug te vinden, maar in Nederland is het bar en boos. Wie de volkscultuur in haar volle glorie wil aanschouwen, moet ver weg, naar carnavals en festivals in het Caraïbische gebied, Mexico en Brazilië.

Langzamerhand begint het besef echter te groeien dat met het verdwijnen van die kleur uit ons leven, ons iets heel essentieels ontvallen is. Bonte kermissen werden strenge flat-wijken, en bochtige steegjes vierbaanswegen. Maar... de droom bestaat nog. En droomkoning nummer één op dit moment is Harry Geelen, de bizarre breinbaas achter “Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?”, de kinderserie, die de KRO nu reeds geruime tijd uitzendt.

Schrijver Harry Geelen was scriptwriter bij Joop Geesink, schreef teksten voor de Rob de Nijs show, Bah September, Q & Q, werkt drie dagen per week voor de Toonder Studio’s. Voorlopig is hij nog niet in Hamelen aangeland, evenmin als Rob de Nijs alias Bertram Bierenbroodspot, Martin Brozius alias Aernout Koffij, het kinderkoor, en vele vele anderen. Want ze zijn blijven steken op de kermis van War, waar Augustijn (Jules Croiset) en Ranonkel (Henk van Ulsen) hun grappen uitproberen op onze helden.

De KRO beschouwt “Hamelen” gewoon als een volwassen stuk met een volwassen budget. Iedereen werkt er uiterst serieus aan mee. Er wordt bijvoorbeeld 14 dagen gerepeteerd, wat voor de tv lang is. En terecht. Wel rijst de vraag hoe het is om voor kinderen te schrijven in plaats van voor volwassenen. Harry Geelen: “Vergeleken met kinderen word je door volwassenen ontzettend laatdunkend bekeken. Bovendien word je geremd door commentaar dat je weet te gaan krijgen van vrienden en kennissen. Als ik voor volwassenen schrijf, heb ik altijd het gevoel dat er een paar vijanden in de zaal zitten.”

“Hamelen” lokt veel reacties uit. Regisseuse Tineke Roeffen: “Stapels, vooral bij de acteurs. De strekking is meestal: Waarschuw die en die, want er dreigt gevaar. En dan zijn er nog veel brieven in de stijl van: ik vind het een leuk programma en ik wil meedoen. Neem contact met mij op.”

Er doen bekende acteurs mee als Henk van Ulsen en Jules Croiset...
Harry Geelen: “Ja, vroeger moest je het vak leren met kinderprogramma’s. Dat kwam er allemaal toch niet zo erg op aan. Tegenwoordig is dat anders. Grootheden uit de toneelwereld willen erg graag meedoen. Er wordt echt veel aandacht aan het programma besteed. Joop Stokkermans bijvoorbeeld schrijft voor elke aflevering originele muziek. Wat de acteurs betreft, ik geef ze graag iets te spelen waarbij ze lekker kunnen brullen, schreeuwen, gek doen, lekker los kunnen komen. Het blijft bizar, daar houden acteurs van.”

Dat kan ik mij voorstellen, want het officiële toneel is vaak wel erg steriel.
Tineke Roeffen: “Ja, wat wil je, dat ligt in het karakter van de Nederlander. Nog geen honderd jaar geleden werd toneel spelen nog als een zondig beroep beschouwd...”

Hoe wordt de serie geschreven, lig je ver voor met je verhaal?
Harry Geelen: “Toen we begonnen had ik vijf à zes verhalen in voorraad. Nu nog drie. Er zijn tot op heden 36 afleveringen verschenen. Meestal nemen we een paar afleveringen tegelijk op, door elkaar. Alle scènes in het paleis bijvoorbeeld zijn in één keer opgenomen.”

Hoe lang houd je dit nog vol?
Harry Geelen: “Volgend seizoen gaan wij in ieder geval nog door. Dan schrijf ik naar een voorlopig einde toe.”

Heb je Tolkiens “In de ban van de ring” gelezen en voel je je door hem beïnvloed?
“Ik heb een paar bladzijden Tolkien gelezen, maar het toen snel weer weggelegd. Wat ik daar las! Ik dacht, als ik door ga, dan ga ik onbewust allerlei dingen overnemen en dat wilde ik niet. Ik heb wel veel invloed van Marten Toonder ondergaan. Het enige dat ik van toneel goed kende, waren een heleboel stukken van Shakespeare, om maar even een aardige voorganger te noemen. Trouwens toch wel leuk om Shakespeare en Toonder in één adem te vermelden.”

Wat vind je van het huidige toneel?
“Het meeste wat je ziet, tegenwoordig, is portrettekening. Ik hou meer van ’t onmogelijke. Hele werelden tussen hoog gras, fantastisch. Hamelen heeft geen relatie meer met de dagelijkse omgeving, het komt helemaal uit mijn hoofd. Iedereen heeft er ook zijn eigen taal. Iemand die heel consequent jurk zegt bijvoorbeeld, als hij vrouw bedoelt. Wat ik ook graag doe, is uitdrukkingen gebruiken en die dan letterlijk gaan nemen. Iemand die zegt, je moet geen zout op een slak leggen en dan iemand anders die vraagt: welke slak? Getallen ben ik ook gek op.”

Wat voor uitwerking heeft je serie op kinderen?
“Dat is niet na te gaan. Mijn enige criterium is, of ik het zelf leuk vind of niet. Soms kom je voor verrassingen te staan. Mijn kinderen vonden het doodeng toen de Hamelaars door een grot liepen, vanwege de galm. Toen iemand door een monster werd besprongen, deed ze dat niets.”

Je gebruikt veel ingewikkelde woorden.
“Ja en oude uitdrukkingen die kinderen niet eens kennen. Ik schrijf gewoon zoals ik dat wil en niet met de idee in mijn achterhoofd dat er kinderen van twaalf zitten te kijken. Het is trouwens kenmerkend voor een kind dat het er aan gewend raakt, om een heleboel niet te begrijpen. Ouders raken in zo’n situatie geïrriteerd, kinderen niet. Ze hoeven echt niet alles te verstaan, als de draad van het verhaal maar duidelijk is en als er maar iets te zien valt. Zo krijg ik tenminste niet het gevoel dat ik op mijn hurken ga zitten. Je moet je nooit aanpassen aan wat een kind al weet, maar net boven zijn niveau werken. Als ik nooit een bepaald woord gebruik, leert het ’t ook nooit.”

Er begint een hele industrie rond Hamelen te ontstaan.
“Er zijn drie langspeelplaten uit, waarvan per stuk zo’n 20.000 exemplaren zijn verkocht en ik ben met een boekenserie over Hamelen bezig, met veel foto’s. In zo’n boek kan werkelijk alles gebeuren. Bij de televisie zijn er altijd nog technische onmogelijkheden.”

Kom je vaak naar de opnamen van Hamelen kijken?
“Haast nooit. Ik vind het wel fijn om ze zomaar weer op televisie te zien, na ze zo’n drie maanden geleden geschreven te hebben.”

Schrijf je snel?
“Ja, snel of helemaal niet. Een tussenweg is er niet. Soms schreef ik een aflevering zaterdags en dan lag die maandags al in de studio. Je wordt maniakaal in het schrijven. De laatste anderhalf jaar heb ik 36 uur televisie geschreven. Dat lukt alleen door veel routine. Je weet of iets te lang is of niet, je hebt geen technische moeilijkheden meer. Soms kun je iets schrijven in de tijd die er nodig is om het geschrevene op te voeren. Ik kras nooit iets weg, lees nooit iets over, want dan word ik gek.”

Waarom schrijf je?
“Ik houd er erg van om eigen werelden te maken. Ik bedacht zelf landen, toen ik klein was, compleet met namen van steden en rivieren. Geweldig is dat. Peyton Place had zoiets. Een hele gemeenschap bedenken tot en met de achternaam van de bakker. Dat is eigenlijk een beetje god spelen. De echte wereld is niet overzichtelijk, maar door je fantasie kun je het leven weer helder maken. Ik ga me ook erg aan zo’n zelfgeschapen wereld hechten. Behalve de wereld die ik in Hamelen schep, bestaat er trouwens ook nog een hele wereld, die ik alleen maar suggereer. Ik verwijs voortdurend naar verhalen die niet verteld worden, door opmerkingen als: u bent geen elf, want elven hebben nooit een groene broek aan. Dat wordt dan verder niet uitgelegd.”

Wat zijn je verdere plannen?
“Ik ben een tekenfilm van een uur aan het maken voor Toonder, die speelt in een elvenwereld. Verder is het mijn grote ideaal om ooit nog eens een speelfilm zowel te maken als te regisseren. Eén keer iets helemaal zelf uitvoeren, dat lijkt me geweldig.”

Met name acteur Henk van Ulsen beleeft er veel plezier aan zich voor “Hamelen” in te zetten. “Het is nooit een bonte theateraangelegenheid en zo hoort het”, zegt hij. Eigenlijk is het zeer avantgardistisch toneel. Wat ik vooral geweldig vind aan Harry Geelen is dat hij teksten schrijft, die afgestemd zijn op de mensen die meespelen. Bij “Hamelen” wordt geen moeite gespaard.”


© Elsevier

Reageer en deel Hamelen met anderen