BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE OEBELE EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

1976 TeleVizier - Ik ben grillig, daar houden kinderen van

6 maart 1976

De scheppingsdrang van Harrie (Q en Q) Geelen

tekst: Leks van der Horst

TeleVizier 6 maart 1976Tussen de stroom kwaliteitsarme jeugdseries die wekelijks over de hoofden van de jongste kijkersgroep wordt uitgestrooid, nemen de produkten van KRO's hofschrijver Harrie Geelen een opmerkelijke plaats in. Na 'Oebele' brachten zijn vaak bizarre serie 'Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?' en de avonturen van het speurdersduo 'Q & Q' menig kinderhart in opperste verrukking. Creatief taalgebruik en verrassende wendingen zijn de wapens waarmee de uitermate kunstzinnig aangelegde Geelen zijn jeugdige publiek voor zich wint: 'ik wil de fantasie van de kinderen prikkelen, ik geef de impuls, maar ze moeten zelf zoveel mogelijk kunnen invullen'.

Omwille van de arbeidsvreugde heeft Harrie Geelen zijn onuitputtelijke bron van creatieve talenten opgesplitst in twee hoofdstromen. De ene vertakking voert hem drie dagen per week naar het landelijke Nederhorst den Berg waar hij bij de Toonder Studio's NV op de loonlijst staat als ontwerper, regisseur en tekenfilmer. De andere arm kluistert Harrie vooral in de avonduren aan zijn schrijfmachine en levert hem de bizarre fantasieën die zijn jeugdseries zo'n bruisend aroma geven. 'Je moet van je hobby nooit je werk maken. Ik wil onafhankelijk blijven, zodat ik zelf kan bepalen wat ik schrijf. Zo nodig moet ik de mogelijkheid hebben om een opdracht die me niet zint te weigeren', verklaart Geelen zijn dubbelrol tijdens ons gesprek in een 'torenkamer' van kasteel Nederhorst, het domicilie van de Toonder-fabriek.

Wat je maar een hobby noemt. Menig broodschrijver zal afgunstig tegen Harries gigantische produktie opzien. De tweede 'Q & Q'-serie staat nog maar net op papier of de auteur werkt alweer ideeen uit voor zijn nieuwe vervolgverhaal 'Jorrit' ('een fantast die door niemand wordt begrepen'), ondertussen driftig sleutelend aan een boek over de complete 'Hamelen'-reeks dat meer dan veertienhonderd pagina's moet gaan beslaan. Waar haalt hij de energie vandaan?'

Harrie, gehuld in een snel spijkerpak met witte coltrui, houdt het op zijn aanleg: 'Ik kan schrijven zo gauw ik achter de typemachine zit. Als ik veertien dagen de tijd heb voor een bepaald verhaal loop ik er eerst tien dagen tegenaan te hikken, maar vier dagen vóór de deadline, als het dus echt moet, ga ik er voor zitten en vliegen de teksten er achter elkaar uit. Ik schrijf volledig gevoelsmatig. Maak liever geen schema's vooraf, maar denk met meer plezier van regel op regel, improviserend. De plot schrijf ik niet eens van tevoren op, alleen de intriges waaruit de problemen zijn ontstaan. Als je de plot van tevoren weet, is de spanning eraf. Voor jezelf tenminste. Want terwijl je schrijft, zit je jezelf te amuseren, ben je je eigen publiek.'

Tijd om wat stoom of te blazen gunt het zevenendertigjarige werkpaard zich nauwelijks. 'O, nee, ik maak geen monumenten, ik ga niet uitgebreid met tevredenheid op mijn prestaties terug zitten kijken', zegt hij. 'Als ik me wil ontspannen, val ik voor de tv neer. Dan kijk ik letterlijk naar alles, net als de gemiddelde Nederlander. Maar een boek lezen lukt me niet. Als ik halverwege ben, word ik onrustig. Dan krijg ik ineens een idee voor mijn verhaal en kom ik geen regel verder meer. Omdat er altijd wel werk op me ligt te wachten, heb ik eigenlijk voortdurend iets opgejaagds over me. Er is altijd een druk waardoor ik niet meer ontspannen kan lezen. Met schilderen en keramiek maken ligt het anders, daar neem ik wel de tijd voor. Ik leef in grillen. Er zijn maanden dat ik alleen maar schrijf, maar ook weken dat ik alleen maar schilder. Een kwestie van een andere mentaliteit die je dan even hebt. Ik zit ook veel achter de piano. Onder het spelen een beetje te componeren. Niet dat ik het zo goed kan, maar daar heb ik op dat moment gewoon behoefte aan. Ik probeer een evenwicht voor mezelf te vinden...'

De scheppingsdrang kriebelt Harrie onmiskenbaar in elke vitale vezel van zijn rijzige lichaam. Toch heeft hij zijn artistieke ontwikkeling thuis bepaald niet met de bekende paplepel ingegoten gekregen. Hij groeide op in Heerlen als nakomertje in een gezin waarvan de vader boekhouder was. 'Mijn ouders begrepen niet altijd wat ik wilde, maar ze hebben me volkomen vrijgelaten. Ik werd niet gefrustreerd, ik heb gewoon een prima jeugd gehad', memoreert de kunstenaar die zich voorts gelukkig prijst met zijn zuidelijke afkomst: 'Limburgers en Brabanders kunnen uitstekend relativeren. Daarom vind ik de samenwerking bij de KRO ook zo prettig. We gaan echt kameraadschappelijk met elkaar om, vergaderen geen uren over details en bespreken de dingen in een ironische gemoedelijke stemming.' Op z'n twintigste verhuisde Harrie naar Amsterdam om Nederlands te studeren. Het leverde hem in de verste verte geen bul op, maar hij viel er zich ook geen buil aan, want zijn naam was als tekstschrijver van het Studentencabaret prompt gevestigd. Na ontelbare teksten aan artiesten en televisieprogramma's to hebben geleverd, begon zijn grote victorie aan het eind van de jaren zestig met de populaire jeugdserie 'Oebele'. 'Kunt mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?' en 'Q & Q' maakten Harries succesverhaal later rond. Hoewel deze twee laatste creaties eveneens de lucht in gingen of gaan als kinderprogramma's wil Geelen ze niet specifiek tot amusement voor de jongste groep kijkers rekenen: „Ik richt me bij het schrijven niet speciaal op kinderen. Ik ga uit van m'n eigen denkwereld, maak ook grappen die ik zelf leuk vind. Ik ben nu eenmaal geen vakman, geen psycholoog die precies kan zeggen wat kinderen wel of niet leuk vinden. En waarom moet je een kind anders benaderen dan een volwassene? Omdat die volwassene wat langer heeft geleefd? Dat vind ik geen maatstaf. Wie kan zich nu beter in een bepaalde situatie verplaatsen: een jongen die een moeilijke jeugd doormaakt of een oudere man die een gelukkige jeugd heeft gehad en een goed huwelijk?"

Over de achtergrond van zijn succes bij de jeugdige buisvoyeurs filosofeert Geelen: 'Ik ben grillig, daar houden kinderen van. Er komen ook weleens klachten van ouders die sommige scènes van 'Hamelen' te eng vinden. Maar op de manier waarop kinderen iets verwerken, kun je toch geen peil trekken: Mijn kinderen (een tweeling van zeven en een zoontje van twaalf, red.) waren bijvoorbeeld eens aan het kijken naar een aflevering van 'Hamelen' waarin de stemmen van een paar figuren nagalmden in een spelonk. Ze krompen in elkaar van angst. Maar even later waren er een paar aan het stikken in de modder en toen lagen ze krom van het lachen. Je kunt nu eenmaal geen rekening houden met de gevoeligheid van elk kind afzonderlijk. Het feit dat ik überhaupt emoties losmaak, vind ik heel wat. Naar 'De man van zes miljoen' kijken ze ook graag, maar het leeft niet echt bij ze. Ik probeer de fantasie van kinderen te prikkelen. Ik hou ook van een bont taalgebruik, gebruik een jargon dat sterk afwijkt van goed Nederlands. Als je de taal vervormt diep je haar veel meer uit. Een term als 'ditmaal is dondermaal' bestaat wel niet, maar het spreekt tot de verbeelding, omdat het herinnert aan kreten die wel bestaan.' Ter illustratie van zijn uitgangspunt om te appelleren aan de creatieve denkwereld van de jeugd vertelt Harrie met welgevallen over de discussie die hij twee jongetjes van een jaar of zeven in de bus heeft horen voeren over 'Q & Q': 'Ze waren dolenthousiast, ze hadden het programma duidelijk met bezetenheid gevolgd. Maar van het eigenlijke verhaal hadden ze niets, maar dan ook niets begrepen. Ze hadden er hun eigen verhaal van gemaakt. Kijk, dat vind ik erg belangrijk. Dat ze hun fantasie laten werken, dat ze zelf invullen wat ontbreekt. Ik geef alleen de impuls.'

Van het verwerken van een boodschap wil de duizendpoot, die overigens in zijn vrouw, de kinderboekenschrijfster Imme Dros, een uitmuntend klankbord heeft, dan ook niets horen: 'Als maker van kinderprogramma's moet je schoon denken, moet je niet voor de kinderen gaan denken.' Je moet uitkijken dat je geen waarheden deponeert die misschien zijn achterhaald als de kinderen groot zijn. Het enige dat je kunt verkopen is de twijfel. Dat is ook het enige engagement waarin ik geloof. Twijfel aan autoriteiten vooral, aan alle vormen van gezag. Wantrouwen. Niemand heeft recht op autoriteit. In wezen denk ik anti-autoritair. Ik vind het gevaarlijk om mijn mening in een serie te stoppen, ik maak de kijkers liever onrustig. Laat ze zelf maar 'menen'. Wat ik wel probeer te doen is het aantonen van de ironie van, idealen. Ik schep geen droomwereld, maar laat zien dat idealen bijna altijd iets belachelijks hebben.'

Nu kun je als schrijver nog zulke doorwrochte hersenspinsels op het scenario papier zetten, voor de uitwerking ben je toch goeddeels afhankelijk van de visie van een regisseur. Stemt het eindresultaat zoals dat uiteindelijk over het scherm rolt, Harrie over het algemeen tot tevredenheid? 'Ik kijk altijd met doodsangst naar de uitwerking' bekent de gebaarde Hilversummer, demonstratief een hand voor zijn ogen slaand. 'Maar door de bank genomen valt het me erg mee Ik ben dan ook wel verwend met Bram (van Erkel) en Tineke (Roeffen), mijn vaste regisseurs. En ik houd ook rekening met de omstandigheden waaronder de opnamen zijn gemaakt. Tineke krijgt bijvoorbeeld maar twee studiodagen de tijd voor een programma. Ze speelt het klaar in die tijd en goed, maar als ze vier dagen had gehad was het beter geworden. Daar is ze een vrouw voor. Vrouwen zijn geboren produktieleiders, mannen zijn de warhoofden van onze cultuur. Bij het kijken voel ik overigens niet alleen onvrede als ik een scene zie die me tegenvalt, maar ook als er iets goeds in zit wat ik zelf niet heb bedacht. Dat ik daar zelf niet ben opgekomen, bedenk ik me dan. Ik wil het als schrijver helemaal gepland hebben. Als auteur van scenario's zit je in een moeilijke positie. De inhoud van een boek staat vast, daar verandert niets meer aan, maar met een script kunnen werkelijk rampen gebeuren. Toch heb ik geen ambities om romans te gaan schrijven. Ik maak hard-op-literatuur. Mijn gedichten en monologen zijn ritmisch van opzet en geschreven op bepaalde stemmen. Ik ben typisch een auditieve schrijver, ik heb het nodig dat mijn teksten ten gehore worden gebracht.' 


© TeleVizier

Reageer en deel Hamelen met anderen